Wijntjens beter dan Rens Blom

 

Verslaggever Giel Hendrix 12 september De Limburger

Sittard  

Gisteren werd in Sittard het NK voor A-junioren clubteams gehouden. Met deelname, op papier in ieder geval, van de beste Nederlandse jeugdatleten. Gelegenheid dus om eens te kijken hoe het met de toekomst van de Limburgse atletiek gesteld is. Of de opvolgers van Nederlands eerste wereldkampioen, Rens Blom, misschien ook uit Limburg kan komen.

Limburg hoeft zich, zo lijkt het althans, voorlopig geen zorgen te maken over zijn toekomst als atletiekprovincie.

Succes lijkt verzekerd, als de jongens en meisjes tenminste de verleidingen van de grote mensenwereld kunnen weerstaan.

 Vorige week werd in Bergen op Zoom de B-ploeg van Caesar nationaal kampioen, gisteren werd de Beekse A-ploeg, die voor de helft was samengesteld uit dezelfde B-atleten, zesde.

De A-meisjesploeg van Unitas pakte op eigen terrein de gouden medaille en verheugend daarbij is dat de meeste meisjes ook afkomstig zijn uit Limburg.

Daarnaast eindigden de Sittardse jongens op de tweede plaats. Zonder zijn twee beste atleten, Wout van Wengerden en Bob Altena,  die geblesseerd aan de kant bleven. ,,Met die twee erbij hadden de jongens ook gewonnen'', aldus Klaas Pollema, de organisator van Unitas. ,,Dat zou pas echt uniek geweest zijn.''

Ondanks de successen van zijn eigen A-ploegen, was Pollema vooral te spreken over de prestatie van Gilbert Wijntjens, de 17-jarige B-junior van streekgenoot Caesar, die met de polsstok 4,80 meter hoog sprong.

Vorige week tijdens het B-kampioenschap haalde hij nog 4,63. Neerbeekenaar Wijntjens catapulteerde zich daarmee naar de derde plaats op de ranglijst aller tijden van zijn categorie. Alleen Chris Tamminga (5,06 in 1991) en Van Wengerden (5,00) sprongen ooit hoger. Wereldkampioen Rens Blom kwam als B-junior niet hoger dan 4,70 meter. ,,Dat is nou het resultaat van onze nieuwe hal in Sittard'', verduidelijkte Klaas Pollema.  ,,En dat kan alleen nog maar beter worden, want wij profiteren duidelijk van het Rens Blom-effect. Zijn wereldtitel heeft een enorme uitwerking. Alleen al in de eerste week na zijn wereldtitel in Helsinki kregen wij er 46 nieuwe leden bij. En ook daarna bellen en schrijven mensen om inlichtingen.

Ik weet op dit moment niet de precieze stand, maar zo'n wereldtitel 'werkt' beter dan welke reclamecampagne dan ook.''

Student Gilbert Wijntjens, zesde jaars VWO, geeft toe dat hij enorm vooruit gegaan is sinds de komst van de hal in Sittard.

Hij traint veel met Wout van Wengerden, die weliswaar in woont, maar bij Klaas Pollema en zijn vrouw inwoont en Limburgse 'roots' heeft van zijn moeder (afkomstig uit Bunde). ,,Ik train zeven keer per week'', geeft Wijntjens aan. ,,Die hal in Sittard is in mijn ogen een van de beste van Europa als je het bekijkt vanuit de polsstokhoogspringers. Feit is in ieder geval dat ik enorm vooruit gegaan ben sinds die hal open is.''

Ben Callemeijn, Limburgs beste sprinter in de jaren zeventig, is als trainer nog steeds betrokken bij de Limburgse atletiek.

Niet alleen via zijn dochter Linda, die in Sittard ver springt en discus werpt, maar ook als trainer van de Limburgse sprinters.

In Sittard is hij bovendien actief als jurylid. Vanuit zijn linkeroog kijkt hij naar de verrichtingen van Linda in de verspringbak en met zijn andere volgt hij de speer bij de A-jongens. Later, als hij zich op weg begeefd naar het discuswerpen van de vrouwen, zegt hij: ,,Sinds een paar jaar heeft een aantal Limburgse clubs de krachten gebundeld. We trainen samen, maken gebruik van elkaars kennis en accommodaties.

Het heeft lang geduurd, maar we zitten nu op de goede weg. En de prestaties van de A- en B-jeugd geven aan dat het ook tot iets leidt. Ik denk dat Limburg de komende jaren een belangrijke rol kan spelen. Wij (Maastricht) zijn met de meisjesploeg tiende geworden vandaag, maar in dat team zitten, op twee na, alleen maar B-meisjes. En in de C hebben we ook een aantal talenten rondlopen. Dat biedt wel perspectief.''